Naaldbomenhout

De top van de naaldboom. Bouffadous zijn in het Centraal Massief al populair sinds de vroegste middeleeuwen. Het is dan ook een raadsel dat het gebruik ervan nooit is doorgedrongen tot de lage landen. Bouffadou betekent in de streektaal niets ander dan "ding om mee te blazen". Ze kunnen worden gemaakt van koper, tin of een ander metaal, maar gewoonlijk zijn ze van hout. In sommige streken gebruiken ze er kastanjehout voor maar in de Puy-de-Dôme - waar wij ze halen - worden ze van het hout van naaldbomen gemaakt. Grove den, spar, lariks, elk soort hout met een zachte kern is goed.

Zo hebt u nog nooit naar een kerstboom gekeken

Een goede bouffadou wordt gemaakt van de top van een naadboom die de grootte heeft van een flinke kerstboom. Oudere bomen zijn te dik, te knoestig en niet recht genoeg. Alleen de stam is geschikt, waardoor er per boom maar één stuk hout voor het maken van een bouffadou kan worden gebruikt. Na een strenge selectie worden de toppen ontdaan van twijgjes en dan enkele jaren te drogen gelegd. Vervolgens wordt het schors verwijderd en worden ze nogmaals gecontroleerd op scheuren. Dan begint het moeilijkste karwei: de houtbewerker bekijkt de vorm van de stam en zaagt tien à vijftien centimeter onder een dikke twijg het hout af. Die twijg zelf wordt ingekort tot ongeveer 10 centimeter en vormt later het handvat. Dan meet hij ongeveer vijfentachtig centimeter naar boven uit en verwijdert de piek. Hij boort een gaatje in het centrum van het dikke uiteinde van het hout en stopt daar een flexibele boor in van bijna een meter lang.

Nu begrijpt u waarom het hout voor een bouffadou een zachte kern moet hebben. Het boren gaat heel langzaam en de boor moet zijn eigen weg zoeken door het vaak niet al te rechte hout. In vroegere tijden lieten ze het hout zelfs bevriezen. Het merg bevat maar weinig water en blijft zacht terwijl de buitenkant keihard wordt. Nadat de bouffadou is uitgeboord, wordt het boorgat doorgestoken en wordt er een plug met een veel kleiner gaatje in het dunne uiteinde van de bouffadou geplaatst. (Door dit principe hoeft u helemaal niet hard te blazen om heel veel zuurstof aan te voeren.) Vervolgens wordt het dikke eind uitgefreesd en worden de dikke bouffadous gescheiden van de iets dunnere.

De dikke en de dunne

De dikke bouffadous krijgen een behandeling met schuurpapier - waardoor ze helemaal blank worden - en worden dan met een beetje lijnolie ingewreven. De dunnere worden niet geschuurd, waardoor de laag vlak onder het schors zichtbaar blijft. Ze hebben een rode gloed en in die uit de Puy-de-Dôme wordt met de hand een bloemmotief gesneden. Maar of u nu een dikke blanke of een dunne rode kiest: elke bouffadou is met de hand gemaakt en uniek van vorm.

Meer weten?

Klik hier voor meer informatie over het gebruik van de bouffadou.